Uitkeringsrecht

Uitkeringsrecht

Nederland kent een uitgebreid sociaal zekerheidsstelsel. Al deze uitkeringen kennen hun eigen voorwaarden en regels. De hoeveelheid regels is erg groot en de regels veranderen voortdurend. Bovendien worden de regels niet altijd correct toegepast. In zulke gevallen is het belangrijk dat u weet wat uw rechten zijn.

Problemen met uw uitkering?

Zo kan uw uitkering onterecht worden ingetrokken omdat u zich niet zou houden aan de regels. Ook kan het zijn dat u het niet eens bent met de hoogte van de uitkering maar u niet weet waar u moet beginnen. Soms komt u zelfs niet in aanmerking voor de uitkering die u voor ogen heeft.

Wat wij kunnen doen

In al deze gevallen kan ons kantoor u bijstaan. Wij kunnen bezwaar indienen bij de uitkeringsinstantie, beroep bij de rechtbank of hoger beroep bij de hoogste bestuursrechter (Centrale Raad van Beroep of Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State). Indien u de uitspraak van de uitkeringsinstantie of rechter in de hoofdprocedure niet kunt afwachten, vragen wij een voorlopige voorziening aan bij de rechtbank zodat u voorlopig uw uitkering behoudt totdat definitief is beslist in uw zaak.

Welke uitkeringen?

Wij adviseren en procederen over geschillen met betrekking tot uiteenlopende uitkeringen. Hieronder treft u een overzicht van de uitkeringen waarin wij onze cliënten veelvuldig bijstaan.

We bespreken de volgende uitkeringen:

  1. Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
  2. Algemene nabestaandenwet (Anw)
  3. Algemene Ouderdomswet (AOW)
  4. Participatiewet (Pw)
  5. Toeslagenwet (TW)
  6. Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)
  7. Werkloosheidswet (WW)
  8. Ziektewet (ZW)

1. Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

Iedereen die in Nederland woont en een kind verzorgt tot 18 jaar komt in principe in aanmerking voor kinderbijslag. Het gaat daarbij niet slechts om uw eigen kinderen maar ook om geadopteerde kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen en eventuele andere kinderen die u opvoedt en verzorgt alsof het uw eigen kinderen zijn. Ook indien uw kind in het buitenland verblijft, kunt u soms in aanmerking komen voor kinderbijslag. Dit geldt niet voor alle landen en bovendien wordt de uitkering niet altijd volledig betaald vanwege het woonlandbeginsel. Het woonlandbeginsel bepaalt dat een uitkering wordt aangepast aan de hand van het kostenniveau in het betreffende land. De SVB past dit woonlandbeginsel echter soms onterecht toe terwijl verdragen dat in die gevallen niet toestaan. Het is dan ook altijd raadzaam om uw advocaat na te laten gaan of in uw geval terecht sprake is van een korting op de kinderbijslag vanwege het feit dat uw kind in het buitenland woont.

2. Algemene nabestaandenwet (Anw)

Als uw partner overlijdt, kunt u in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. Deze nabestaandenuitkering is bedoeld voor nabestaanden waarvan de partner (echtgenoot of samenwonend) in Nederland woonde of werkte, die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt en die ofwel een kind verzorgen onder de 18 jaar ofwel 45% arbeidsongeschikt zijn. Ook als u buiten Nederland woont, kunt u in aanmerking komen voor een Anw-uitkering mits u voldoet aan de voorwaarden en het land waar u woont in de EU ligt of een verdrag heeft met Nederland over sociale zekerheid. Het kan echter zo zijn dat de SVB uw uitkering verlaagt vanwege het kostenniveau van het land waar u woont. De SVB doet dit echter soms ook terwijl verdragen dat niet toestaan. In dat geval is het zeer raadzaam om bezwaar in te dienen tegen deze korting (op grond van het woonlandbeginsel) op uw uitkering.

3. Algemene Ouderdomswet (AOW)

Iedereen die in Nederland woont of heeft gewoond heeft bij het bereiken van de AOW-leeftijd recht op een AOW-uitkering. Dit is een basispensioen dat de overheid uitkeert en komt bovenop een eventueel bedrijfspensioen dat u heeft opgebouwd via uw werkgever of eventuele pensioenverzekeringen waarmee u zelf pensioen heeft opgebouwd. Deze uitkering ontvangt u ook als u in het buitenland woont. Het pensioenrecht bouwt u gelijkelijk op over de vijftig jaar voorafgaand aan uw AOW-leeftijd. Indien u niet altijd in Nederland heeft gewoond, kunt u een AOW-tekort hebben. In een dergelijk geval kunt u mogelijk een aanvulling krijgen op grond van de Participatie wet; de zogeheten Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO). Bij de AIO-uitkering komt het ook geregeld voor dat er een discussie is over vermogen en de waarde daarvan. Ook tegen dit soort besluiten kunt u in bezwaar gaan en indien nodig in (hoger) beroep.

4. Participatiewet (Pw)

Voor 1 januari 2015 was deze voorziening bekend als de Wet Werk en Bijstand (WWB). De uitkering op grond van de Participatiewet staat beter bekend als de bijstandsuitkering. Deze uitkering wordt verstrekt door de gemeente aan mensen die geen enkel ander inkomen hebben of kunnen hebben. Weigering, intrekking, opschorting en terugvordering van deze uitkering heeft vaak betrekking op schending van de informatieplicht, het vermoeden dat er naast de uitkering wordt gewerkt, het vermoeden dat vermogen (in het buitenland) niet is opgegeven, het vermoeden dat er sprake is van samenleving (met een partner) die ook inkomsten of een uitkering heeft of het vermoeden dat de aanvrager een beroep kan doen op een andere voorziening of uitkering.

5. Toeslagenwet (TW)

De uitkering op grond van de Toeslagenwet wordt door het UWV uitgekeerd aan mensen die onder het sociaal minimum leven en een uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW), Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), Wet werk en arbeidsondersteuning van jonggehandicapten (Wajong), Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), Wet arbeid en zorg (Wazo) of Wet Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW). De hoogte hangt af van de hoogte van uw uitkering, uw leeftijd en leefsituatie. Het is belangrijk dat u zelf verzoekt om de toeslag als u denkt dat uw uitkering te laag is. U krijgt deze dus niet automatisch. Mocht u het niet eens zijn met de eventuele afwijzing of hoogte van de toeslag dan kunt u altijd in bezwaar gaan.

6. Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

Deze verzekering is bedoeld voor langdurig arbeidsongeschikten. Dit is de opvolger van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). In de kern kan een werknemer na twee jaar arbeidsongeschiktheid in aanmerking komen voor een WIA-uitkering. Daarbij is er een onderverdeling in de IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) en de WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Een IVA-uitkering is bedoeld voor arbeidsongeschikten waarvan de kans erg klein is dat zij in de toekomst weer kunnen werken. Een WGA-uitkering is bedoeld voor arbeidsongeschikten die in de toekomst weer kunnen werken. Het komt vaak voor dat een uitkeringsgerechtigde arbeidsongeschikt wordt verklaard voor een zeer laag percentage. De praktijk laat zien dat het maken van bezwaar in zo een geval vaak kan leiden tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage. Ook is het vaak mogelijk om na herkeuring een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage te krijgen. Tot slot komt het geregeld voor dat arbeidsongeschikten een WGA-uitkering krijgen in plaats van een IVA-uitkering met alle gevolgen van dien.

7. Werkloosheidswet (WW)

Indien u ontslag krijgt van uw werkgever kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een WW-uitkering indien u voldoet aan de voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat u niet verwijtbaar werkloos mag zijn. Om die reden is het wel toegestaan om een beëindigingsovereenkomst aan te gaan met uw werkgever waarbij u samen besluit om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, maar de tekst daarvan dient zodanig opgesteld te worden dat daaruit blijkt dat het niet uw initiatief is en dat er ook geen sprake is van verwijtbaar handelen aan uw kant. Geschillen met betrekking tot de WW-uitkering hebben vaak te maken met het vermoeden dat er inkomsten zijn die niet worden opgegeven (zwart werken), dat niet voldaan zou zijn aan de wekeneis, dat sprake zou zijn van verwijtbare werkloosheid of dat de inspanningsverplichting zou zijn geschonden.

8. Ziektewet (ZW)

Wanneer u ziek wordt, betaalt uw werkgever de eerste twee jaar het loon doorgaans door. In sommige gevallen komt u echter in aanmerking voor een ziektewetuitkering ondanks het feit dat u in dienst bent. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer uw ziekte het gevolg is van zwangerschap, bevalling of orgaandonatie. In de meest gevallen waarin een recht bestaat op een ziektewetuitkering is geen sprake van een dienstverband bij een werkgever. Zo kunt u in aanmerking komen voor een ziektewetuitkering indien u ziek wordt als uitzendkracht, invalkracht of oproepkracht. Ook voor thuiswerkers, musici en artiesten kan een recht bestaan op een ziektewetuitkering bij ziekte. Ook wanneer u al een andere uitkering ontvangt en u ziek wordt, kunt u in aanmerking komen voor een ziektewetuitkering. Dit is bijvoorbeeld het geval als u ziek wordt en u een WW-uitkering, WIA-uitkering, WAO-uitkering, Wajong-uitkering of WAZ-uitkering heeft. Ook aan het hebben van een ziektewetuitkering zijn regels verbonden. Zo kan het zijn dat het UWV bepaalt dat u toch een sollicitatieverplichting heeft ondanks uw ziekte. Indien u het hier niet mee eens bent, is het raadzaam om een advocaat in te schakelen.

Maak tijdig bezwaar

Ontvangt u een brief van uw uitkeringsinstantie (gemeente, UWV, SVB, Belastingdienst, CIZ, DUO, CAK) waarin een besluit is genomen over uw uitkering dan dient u meteen in actie te komen. U heeft over het algemeen zes weken de tijd om bezwaar in te dienen en in sommige gevallen zelfs minder. Hoe lang de bezwaartermijn precies is, kunt u over het algemeen onderaan het betreffende besluit lezen.

Pro-formabezwaar

Het advies is om niet de zes weken af te wachten maar meteen bezwaar te maken. U kunt dat ook doen zonder de redenen (gronden) van uw bezwaar kenbaar te maken. Dat heet een pro-formabezwaar. U vraagt daarbij om een termijn (meestal vier weken) om een aanvulling te sturen op uw bezwaarschrift. U kunt in uw brief ook vragen om alle relevante stukken te ontvangen zodat u uw bezwaar goed kunt onderbouwen.

Vergoeding advocaatkosten

Omdat u een uitkering heeft, komt u meestal in aanmerking voor een subsidie (toevoeging) voor de kosten van een advocaat zodat u het bezwaar ook kunt laten opstellen via uw advocaat zonder dat u daarvoor hoge kosten dient te maken. Ook in dat geval is het van belang dat u zo spoedig mogelijk een kopie stuurt van het besluit van uw uitkeringsinstanties naar uw advocaat zodat hij kan onderzoeken of hij bezwaar kan maken, of het nodig en mogelijk is om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank en of de advocaatkosten worden vergoed in uw geval.

 

Meer informatie of hulp nodig?

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:

Wat zijn de kosten?

De kosten voor uitkeringszaken kunnen op verschillende manieren worden voldaan mede afhankelijk van de vraag of u een particulier of ondernemer bent. Meer informatie over onze particuliere tarieven vindt u hier. Klik hier voor meer informatie over onze zakelijke tarieven.

 

Direct afspraak maken

Wilt u direct een afspraak maken voor een adviesgesprek bij uw regiokantoor? Bel voor een afspraak: 030 - 2919874 (Utrecht), 084 - 8753322 (Amsterdam) of 087 - 7848621 (Rotterdam).

 

Relevante artikelen

In de categorie uitkeringsrecht kunt u de volgende artikelen raadplegen: