Het gerechtshof Amsterdam heeft op 7 april 2026 een uitspraak gedaan over de geslachtsnaam van twee minderjarige kinderen na het overlijden van hun vader. In deze zaak stond de vraag centraal of de moeder, nadat het ouderschap van de overleden vader gerechtelijk was vastgesteld, alsnog kon kiezen voor een dubbele geslachtsnaam voor de kinderen. In het blog wordt besproken welke feiten aan de zaak ten grondslag lagen, welke juridische vragen voorlagen en hoe het hof tot zijn oordeel is gekomen.
1. Rechtbank: geslachtsnaam vader
De moeder is de ouder van twee minderjarige kinderen, geboren in 2019 en 2024. De vader van deze kinderen is in 2024 overleden. Omdat het ouderschap van de vader ten aanzien van de kinderen nog niet juridisch was vastgesteld, is daarover een procedure gevoerd. De rechtbank Noord-Holland heeft vervolgens bij beschikking van 1 augustus 2025 het ouderschap van de vader vastgesteld.
1.1. Geslachtsnaam vader na overlijden
In dezelfde procedure heeft de rechtbank ook beslist dat de kinderen de geslachtsnaam van de vader zouden krijgen. Dat was in lijn met het verzoek dat de moeder in eerste aanleg had gedaan. Zij wilde daarmee de verbondenheid van de kinderen met hun overleden vader ook in hun naam tot uitdrukking brengen.
1.2. Strafzaak rondom moord vader
Na de uitspraak van de rechtbank veranderde de situatie ingrijpend. Er bleek een strafzaak te lopen rond de moord op de vader. De moeder maakte zich daardoor zorgen over de veiligheid van de kinderen wanneer zij uitsluitend de achternaam van de vader zouden dragen.
Om die reden verzocht zij in hoger beroep om vast te stellen dat de kinderen een dubbele geslachtsnaam zouden krijgen, bestaande uit haar eigen naam gevolgd door de naam van de vader. Subsidiair verzocht zij te bepalen dat de kinderen haar eigen achternaam zouden behouden.
2. Dubbele geslachtsnaam na overlijden vader?
In hoger beroep stond de vraag centraal of de moeder, nu de vader was overleden, zelfstandig een naamskeuze mocht doen nadat het ouderschap van de vader gerechtelijk was vastgesteld. Het hof stelde eerst vast dat de beslissing waarbij het ouderschap van de vader was vastgesteld onherroepelijk was geworden, omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld. Daarmee stond vast dat de kinderen juridisch in familierechtelijke betrekking tot hun vader waren komen te staan.
2.1. Hoofdregel artikel 1:5 lid 2 BW
Het hof wees erop dat uit artikel 1:5 lid 2 BW volgt dat een kind in beginsel de geslachtsnaam van de moeder houdt wanneer het door gerechtelijke vaststelling in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan. Alleen wanneer beide ouders gezamenlijk verklaren dat een andere naam wordt gekozen, kan het kind de naam van de vader of een dubbele geslachtsnaam krijgen.
2.2. Uitzondering artikel 1:5 lid 9 BW
In deze zaak gold echter een bijzondere situatie, omdat de vader al was overleden voordat de naamskeuze uiterlijk moest zijn gedaan. Daarom was ook artikel 1:5 lid 9 BW van toepassing. Deze bepaling houdt in dat, wanneer één van de ouders vóór dat moment is overleden en de naamskeuze nog niet is gedaan, de andere ouder zelfstandig een verklaring over de naamskeuze kan afleggen.
Lees ook: Ook een dubbele achternaam voor reeds geboren kinderen?
Lees ook: Naar een dubbele achternaam in het Nederlandse namenrecht?
3. Uitspraak gerechtshof
Het hof oordeelde dat de moeder op grond van artikel 1:5 lid 9 BW zelfstandig bevoegd was om de naamskeuze te doen. Daarmee hoefde geen gezamenlijke verklaring van beide ouders meer te worden afgelegd. De moeder had verklaard dat de kinderen een dubbele geslachtsnaam moesten krijgen, bestaande uit haar eigen naam en die van de vader.
3.1. Dubbele geslachtsnaam zonder koppelteken
Het hof merkte daarbij op dat de moeder in haar verzoek een koppelteken (streepje) tussen de twee namen had geplaatst. De wet voorziet echter niet in een dubbele geslachtsnaam met een tussenstreepje. Om die reden heeft het hof het verzoek zo uitgelegd dat de namen zonder koppelteken achter elkaar worden geplaatst.
3.2. Vernietiging beschikking rechtbank
Omdat de moeder rechtsgeldig zelfstandig een verklaring over de naamskeuze kon afleggen, zag het hof aanleiding om de beschikking van de rechtbank te vernietigen voor zover die betrekking had op de geslachtsnaam van de kinderen. Vervolgens stelde het hof opnieuw vast dat de kinderen voortaan de dubbele geslachtsnaam van de moeder en de vader zouden dragen.
4. Conclusie
De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 april 2026 bevestigt dat de overlevende ouder na het overlijden van de andere ouder zelfstandig bevoegd is om een naamskeuze te doen, ook wanneer die keuze ziet op een dubbele geslachtsnaam.
In deze zaak betekende dit dat de moeder, nadat het ouderschap van de overleden vader onherroepelijk was vastgesteld, kon kiezen voor een dubbele geslachtsnaam voor de kinderen, zij het zonder koppelteken.
Daarmee werd recht gedaan aan zowel de verbondenheid van de kinderen met hun vader als aan de gewijzigde omstandigheden die de moeder onder de aandacht van het hof had gebracht.
Meer informatie of hulp nodig?
Wat zijn de kosten?
Klik hier voor meer informatie over de wijze waarop uw advocaatkosten kunnen worden vergoed en welke betalingsmethoden ons kantoor hanteert.
