De erkenning van kinderen uit een polygaam huwelijk

Polygame huwelijken zijn in Nederland niet geldig. Wanneer een man kinderen heeft uit een polygaam huwelijk, worden deze kinderen dan ook niet van rechtswege erkend. Dit blog gaat over de vraag of deze man de kinderen alsnog kan erkennen naar Nederlands recht.

1. Polygamie

Onder polygamie wordt het tegelijkertijd gehuwd zijn met meerdere partners verstaan. In Nederland is polygamie niet toegestaan en strafbaar. Wanneer een man in het buitenland een tweede vrouw trouwt, wordt dit tweede huwelijk in Nederland niet erkend. Op grond van artikel 10:32 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt dit tweede huwelijk namelijk in strijd geacht met de openbare orde.

1.1. Strijd openbare orde

Doordat het polygame huwelijk in strijd wordt geacht met de openbare orde, wordt de daaruit voortvloeiende familierechtelijke betrekking tussen de vader en het kind in Nederland niet erkend op grond van artikel 10:100 lid 1 sub c BW en artikel 10:101 BW. Dit is ook het geval wanneer dit huwelijk in het buitenland wel als rechtsgeldig wordt beschouwd, wanneer een buitenlandse rechtbank de familierechtelijke betrekking wel erkent of een buitenlandse geboorteakte deze bevestigt

1.2. Nationaliteit

Dat de familierechtelijke betrekking tussen de vader en het kind niet erkend wordt, kan onder meer gevolgen hebben voor de nationaliteit van het kind. Wanneer de moeder van het kind niet de Nederlandse nationaliteit bezit en de vader wel, zal het kind alleen de Nederlandse nationaliteit krijgen als de familierechtelijke betrekking tussen de vader en het kind alsnog wordt bewerkstelligd.

Overigens heeft polygamie naast strafrechtelijke, familierechtelijke en nationaliteitsrechtelijke gevolgen ook effect op vreemdelingrechtelijke kwesties zoals gezinshereniging.

2. Erkenning

De vraag rijst of een vader zijn kind uit een buitenlands polygaam huwelijk niet eenvoudigweg kan erkennen op grond van 1:203 BW, om zo zijn familierechtelijke relatie tot het kind in Nederland te bewerkstelligen. Dit is immers ook mogelijk als het betreffende kind op een andere wijze buiten het huwelijk zou zijn geboren. De tweede vraag is of deze erkenning kan plaatsvinden terwijl de polygame situatie nog steeds bestaat.

2.1. Rechtbank Den Haag

De rechtbank Den Haag beantwoordde deze vragen negatief in een recente uitspraak. Zij verwees hierbij naar een arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017. De Hoge Raad merkte in dit arrest op dat wanneer de polygame situatie ophoudt te bestaan, overgegaan kan worden tot de erkenning van het kind door de vader. De rechtbank Den Haag interpreteert deze opmerking van de Hoge Raad precies drie jaar nadien als ware erkenning alleen mogelijk wanneer de polygame situatie ophoudt te bestaan.

2.2. Rechtbank Zeeland–West-Brabant

In tegenstelling tot de rechtbank Den Haag beantwoordde de rechtbank Zeeland–West-Brabant de vraag of een vader zijn kinderen uit een polygaam huwelijk kan erkennen terwijl de polygame situatie nog steeds bestaat positief in een uitspraak van 4 februari 2020. Zij gaf aan dat nergens uit blijkt dat de erkenning van het kind op grond van artikel 1:203 BW nietig is wanneer de vader in een polygaam huwelijk met de moeder van het kind verkeert.

Erkenning kan alleen nietig worden geacht op de in de in 1:204 BW genoemde gronden. In die bepaling staat niet dat het bestaan van een polygaam huwelijk een nietigheidsgrond is. De rechtbank meent dat de erkenning van de kinderen naar Nederlands recht los staat van het huwelijk van de ouders.

Erkenning op grond van artikel 1:203 BW dient ertoe de juridische vader van de kinderen vast te stellen en daarmee rechten en plichten van de vader ten opzichte van de kinderen te scheppen. Deze erkenning zou in het belang van de kinderen zijn. Volgens de rechtbank Zeeland–West-Brabant kan een vader zijn kind dus erkennen ongeacht de polygame situatie.

3. Rechtspraak

Beide rechtbanken beantwoorden de eerder gestelde vraag verschillend. De rechtbank Den Haag geeft aan dat erkenning niet mogelijk is terwijl de polygame situatie nog bestaat. Zij verwijst hierbij naar het eerdergenoemde arrest van de Hoge Raad. Interessant is dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant in haar uitspraak tevens naar dit arrest van de Hoge Raad verwijst. Zij geeft echter aan dat uit dit arrest niet ondubbelzinnig blijkt dat de desbetreffende erkenning niet mogelijk is terwijl de polygame situatie nog bestaat.

3.1. De Hoge Raad

Het arrest van Hoge Raad van 19 mei 2017 ziet op de vraag of een polygaam huwelijk erkend wordt zodra de polygame situatie ophoudt te bestaan en welke gevolgen dat heeft voor de afstamming en nationaliteit van de kinderen. Het arrest zag op de situatie waarin een man met de Nederlandse nationaliteit gehuwd was met een tweetal vrouwen die niet de Nederlandse nationaliteit bezaten. De kinderen van de man uit zijn tweede huwelijk kregen door het bestaan van de polygame situatie niet van rechtswege de Nederlandse nationaliteit. De Hoge Raad gaf aan dat een voormalig polygaam huwelijk en de daaruit voortvloeiende familierechtelijke betrekkingen erkend worden indien de polygame situatie ophoudt te bestaan. Klik hier voor meer details over de uitspraak van de Hoge Raad van 19 mei 2017.

De Hoge Raad stelde dat wanneer een voormalig polygaam huwelijk erkend wordt in Nederland, deze erkenning op grond van de wetgeving omtrent het verkrijgen van het Nederlanderschap onvoldoende is voor de kinderen geboren uit dat huwelijk om het Nederlanderschap te verkrijgen. Hierop maakte de Hoge Raad de eerder genoemde opmerking dat wanneer de polygame situatie ophoudt te bestaan, kan worden overgegaan tot de erkenning van het kind op grond van artikel 1:203 BW door de vader, zodat het kind alsnog het Nederlanderschap kan verkrijgen.

3.2. Correcte uitleg Hoge Raad

Het lijkt erop dat de rechtbank Den Haag de opmerking van de Hoge Raad met betrekking tot de erkenning van het kind grammaticaal uitlegt in die zin dat erkenning op grond van artikel 1:203 BW alleen mogelijk zou zijn indien de polygame situatie is opgehouden te bestaan. De rechtbank Zeeland–West-Brabant lijkt deze opmerking echter te lezen in de context waarin deze gedaan is. Namelijk in de zin dat de Hoge Raad een erkenning op grond van artikel 1:203 BW als een soort van laatste redmiddel ziet om alsnog het Nederlanderschap te verkrijgen. Deze uitleg van het arrest van de Hoge Raad sluit niet uit dat erkenning van het kind kan plaatsvinden terwijl de polygame situatie nog steeds bestaat. Ik meen dat deze uitleg correct is.

4. Wet- en regelgeving

Reden hiervoor is allereerst dat uit de wetgeving omtrent erkenning niet blijkt dat erkenning op grond van 1:203 BW niet kan plaatsvinden indien er sprake is van een polygame situatie. Daarnaast blijkt uit wetsgeschiedenis van de Wet tegengaan huwelijksdwang, welke ook ziet op polygame huwelijken, dat de erkenning van kinderen uit polygame huwelijken als middel wordt gezien om de rechten van deze kinderen te waarborgen. Zo stelt de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid in de Memorie van Antwoord bij deze wet (pagina 18), dat de rechtspositie van kinderen geboren uit polygame huwelijken niet wordt aangetast door het verbod op polygame huwelijken aangezien deze rechtspositie wordt beschermd door bijvoorbeeld de rechtsfiguur van erkenning.

4.1. Artikel 8 EVRM

Voorts lijkt de uitleg van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in overeenstemming te zijn met artikel 8 EVRM. Artikel 8 EVRM waarborgt het recht op familie- en privéleven. Dit recht houdt onder andere in dat men recht heeft op afstamming. Artikel 8 kan alleen worden ingeperkt indien dat in een democratische samenleving noodzakelijk is. Het lijkt erop dat de uitleg van rechtbank Den Haag voortkomt uit het idee dat polygame huwelijken moeten worden tegengegaan. Het is maar de vraag of dit voldoende belang vormt om een kind zijn recht op afstamming te ontnemen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant lijkt deze belangenafweging in het voordeel van het kind te maken. Daarnaast moet een inbreuk op artikel 8 EVRM bij wet voorzien zijn. Dat is in deze kwestie niet het geval.

4.2. Artikel 14 EVRM

De uitleg van de rechtbank Zeeland-West-Brabant lijkt tevens in overeenstemming te zijn met artikel 14 EVRM. Op grond van artikel 14 EVRM mag er niet gediscrimineerd worden met betrekking tot de mate waarin men door het EVRM beschermd wordt. Uit rechtspraak van het EHRM (Genovese/Malta) volgt dat het niet toegestaan is onderscheid te maken tussen kinderen van gehuwde ouders enerzijds en kinderen van ongehuwde ouders anderzijds.

Dat de ouders van een kind al dan niet met elkaar verbonden zijn door middel van een buitenlands polygaam huwelijk, zou niet moeten uitmaken voor de mogelijkheid van de vader het kind dat uit dat huwelijk voortkomt, te erkennen. Anders zou het kind in kwestie benadeeld worden ten opzichte van kinderen wiens ouders niet gehuwd zijn, slechts omdat zijn ouders verbonden zijn middels een in het buitenland gesloten polygaam huwelijk.

5. Conclusie

Over de vraag of een vader zijn kind dat is geboren uit een polygaam huwelijk kan erkennen terwijl de polygame situatie voortduurt, wordt verschillend gedacht in de rechtspraak. Dit komt door de verschillende wijzen waarop het arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 wordt uitgelegd.

Ik volg de uitleg van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 februari 2020 waarin de rechtbank heeft bepaald dat het wel mogelijk is kinderen die voortkomen uit een polygaam huwelijk te erkennen terwijl de polygame situatie voortduurt.

Gezien de onduidelijkheid over het arrest van de Hoge Raad en de verschillende wijzen waarop de rechtbanken dit arrest uitleggen, is het van belang dat u zich, indien u met een dergelijke kwestie in aanraking komt, laat bijstaan door een advocaat die gespecialiseerd is in deze problematiek. Anders bestaat immers een kans dat uw verzoek onterecht wordt afgewezen.

 

Meer informatie of hulp nodig?

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:

Wat zijn de kosten?

Klik hier voor meer informatie over de wijze waarop uw advocaatkosten kunnen worden vergoed en welke betalingsmethoden ons kantoor hanteert.