Op 14 april 2026 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een belangrijke uitspraak gedaan over de afdwingbaarheid van een islamitische bruidsgave (mahr) wanneer partijen in Nederland uitsluitend een religieus huwelijk hebben gesloten. Het hof oordeelde dat aan de afspraken over de bruidsgave in deze zaak geen rechtsgevolg toekomt. Volgens het hof zou het afdwingen van de bruidsgave betekenen dat indirect rechtsgevolg wordt toegekend aan een huwelijk dat naar Nederlands recht niet rechtsgeldig tot stand is gekomen.
In dit blog bespreken wij de uitspraak en leggen wij uit wat deze kan betekenen voor personen die een islamitisch huwelijk hebben gesloten en afspraken hebben gemaakt over een bruidsgave.