De vaststelling van partneralimentatie door de rechter

In de praktijk komt het vaak voor dat (ex-)echtgenoten het niet met elkaar eens zijn over de vaststelling van partneralimentatie. Indien de partijen er samen niet uit kunnen komen, kan een van de partijen de rechter verzoeken om de partneralimentatie vast te stellen. Hoe de vaststelling van partneralimentatie door de rechter geschiedt en waar u rekening mee dient te houden, leest u terug in dit artikel.

1. Wat is partneralimentatie?

Partneralimentatie is een bijdrage in het levensonderhoud van een ex-echtgenoot. Op het moment dat een huwelijk wordt gesloten ontstaat er een onderhoudsverplichting tussen de echtgenoten naar elkaar toe. De echtgenoten zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Ze zijn verplicht elkaar het nodige te verschaffen. De Hoge Raad heeft in 1977 reeds geoordeeld dat deze zorgplicht niet eindigt na het beëindigen van het huwelijk. Indien een van de echtgenoten niet in staat is om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien na de echtscheiding, heeft de andere echtgenoot de zorgplicht om een bijdrage in het levensonderhoud van deze echtgenoot te leveren. De grondslag van deze zorgplicht is volgens de Hoge Raad de lotsverbondenheid die bij het sluiten van het huwelijk tussen de echtgenoten ontstaat.

2. De wettelijke maatstaven voor vaststelling van partneralimentatie

De rechter kan aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten heeft om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien, op diens verzoek, ten laste van de andere echtgenoot partneralimentatie toekennen. De rechter is volgens de wet niet verplicht de partneralimentatie vast te stellen. Hij is hiertoe bevoegd volgens de wet. Bij de vaststelling van de partneralimentatie laat de rechter zich leiden door de wettelijke maatstaven zijnde de behoefte, behoeftigheid en draagkracht. Behoefte en draagkracht zijn de financiële maatstaven voor het bepalen van de hoogte van partneralimentatie. Behoeftigheid van de alimentatiegerechtigde is echter de voorwaarde voor toekenning van de partneralimentatie.

Behoefte

De rechter bepaalt allereerst wat de omvang van de behoefte is van de ex-echtgenoot die de partneralimentatie heeft verzocht. De rechter gaat na welk bedrag de verzoeker nodig heeft om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Het uitgangspunt is het welvaartsniveau tijdens het huwelijk. De behoefte van de verzoeker wordt bepaald door de omvang van de behoefte en de middelen die de verzoeker heeft. De verzoeker is behoeftig, indien de verzoeker zelf niet voldoende middelen heeft om in zijn volledige levensonderhoud te voorzien.

Behoeftigheid

Nadat de rechter heeft bepaald wat de behoefte is van de verzoeker, beoordeelt de rechter of de verzoeker zelf kan voorzien in zijn of haar behoefte en in welke mate. Indien de verzoeker zelf kan voorzien in zijn eigen levensonderhoud is er geen sprake van behoeftigheid en wordt het verzoek tot partneralimentatie door de rechter afgewezen.

Indien de verzoeker deels kan voorzien in de bepaalde behoefte dan is wel sprake van behoeftigheid. Het verschil tussen de huwelijksgerelateerde behoefte en het eigen netto besteedbaar inkomen van de verzoeker wordt de zogeheten aanvullende behoefte genoemd. We zullen hierna zien hoe de rechter beoordeelt in hoeverre de alimentatieplichtige verweerder dient bij te dragen in deze (aanvullende) behoefte.

Draagkracht

Nadat de (aanvullende) behoefte van de verzoeker is vastgesteld, kijkt de rechter naar de draagkracht van de verweerder. In de praktijk komt het vaak voor dat de draagkracht van de alimentatieplichtige lager is dan de behoefte van de alimentatiegerechtigde. Bij het berekenen van de draagkracht wordt rekening gehouden met de inkomsten en de uitgaven van de verweerder. Indien de draagkracht van de verweerder lager is dan de behoefte van de verzoeker zal de rechter de partneralimentatie niet op een hoger bedrag bepalen dan het bedrag dat de verweerder kan betalen. De alimentatieplichtige betaalt dus het laagste van beide bedragen: de (aanvullende) behoefte of de draagkracht.

3. Niet-financiële factoren die de behoeftigheid kunnen beïnvloeden

Naast de financiële maatstaven: behoefte, behoeftigheid en draagkracht, kunnen ook niet-financiële factoren de vaststelling van partneralimentatie beïnvloeden. Deze niet-financiële factoren zijn van belang voor de vaststelling van de behoeftigheid. De factoren zijn niet in de wet vastgelegd, maar in de rechtspraak ontwikkeld. Dit houdt in dat de rechter in een eerdere uitspraak heeft vastgesteld dat deze factoren de vaststelling kunnen beïnvloeden.

Ongelijke rolverdeling tijdens het huwelijk

Bij de bepaling van behoeftigheid wordt een ongelijke rolverdeling tussen de echtgenoten vaak als een niet-financiële factor gehanteerd. Deze factor wordt echter vaak in combinatie met andere nader te bespreken factoren gebruiky, zoals de zorgtaken voor het gezin of arbeidsongeschiktheid van de verzoeker. Een ongelijke rolverdeling heeft een oorzaak en daarom wordt deze factor altijd in combinatie met een tweede factor genoemd in de jurisprudentie. De factor ‘ongelijke rolverdeling tijdens het huwelijk’ is niet voldoende om de behoeftigheid van de verzoeker vast te stellen. De ongelijke rolverdeling tijdens het huwelijk bemoeilijkt de verzoeker namelijk om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien na de echtscheiding.

Zorg voor kinderen en/of huishouden

De ongelijke rolverdeling tussen arbeid en zorg draagt bij aan een lagere verdiencapaciteit van de verzorgende echtgenoot waardoor de echtgenoot behoeftig kan worden. De achterstand in verdiencapaciteit kan na een echtscheiding vaak niet onmiddellijk worden ingehaald. Echtgenoten die de hoofdzorg dragen voor jonge kinderen kunnen zich, vooral wanneer adequate kinderopvang ontbreekt, vaak niet beschikbaar stellen voor arbeid op de arbeidsmarkt. Ook de echtgenoot die een langere tijd voor de kinderen en het huishouden gezorgd heeft en oudere kinderen heeft, kan de opgelopen verdiencapaciteit niet direct inhalen.

De slechte gezondheidstoestand van de verzoekende ex-echtgenoot

De slechte gezondheidstoestand van een echtgenoot is een veelvoorkomende niet-financiële factor in de rechtspraak die de behoeftigheid bepaalt. Van de echtgenoot met een fysieke of psychische ziekte kan niet worden verwacht dat zij of hij deelneemt aan het arbeidsproces. Indien de rechter vaststelt dat de verzoeker van de partneralimentatie arbeidsongeschikt is, zal dit meegenomen worden in de beoordeling van de behoeftigheid.

Scholing, vakopleiding en/of werkervaring

Herintreding op de arbeidsmarkt verloopt makkelijker voor degene die een goede opleiding heeft gehad. De vraag of een echtgenoot na de echtscheiding zijn of haar eigen inkomsten kan verwerven is afhankelijk van scholing, vakopleiding of werkervaring. Als de herintreding van de verzoekende echtgenoot niet (onmiddellijk) mogelijk is, heeft de echtgenoot een beperkte plicht of geen plicht om te voorzien in zijn of haar eigen levensonderhoud.

Het argument dat de verzoekende echtgenoot werk kan verrichten waarvoor weinig of geen scholing is vereist volstaat niet; de baan moet passend zijn. Indien de verzoekende echtgenoot zijn of haar opleiding tijdens het huwelijk heeft afgebroken of de carrière heeft moeten beëindigen, moet deze in de gelegenheid worden gesteld zijn of haar opleidingsniveau op een standaard te krijgen zodat de echtgenoot op een adequate wijze kan voorzien in zijn of haar levensonderhoud.

Situatie op de arbeidsmarkt

Het kan zijn dat de verzoekende echtgenoot deel wil nemen aan het arbeidsproces, maar dat er geen banen beschikbaar zijn op het desbetreffende gebied. De situatie op de arbeidsmarkt moet verslechterd zijn door de rolverdeling in het huwelijk. Indien een echtgenoot zijn baan heeft verloren en door een tekort aan werkgelegenheid geen baan heeft kunnen vinden, zal dit niet mee worden genomen in de behoeftigheid.

Leeftijd

De leeftijd van een verzoekende echtgenoot is een factor waarmee de rechter rekening houdt bij het vaststellen van de behoeftigheid. De leeftijd is bepalend bij beantwoording van de vraag of de echtgenoot in de eigen behoefte kan voorzien door te gaan werken. Leeftijd wordt vaak in overweging genomen in de rechtspraak bij de vaststelling van behoeftigheid. Het hof Den Haag oordeelde op 13 april 2011 dat de verdiencapaciteit van de vrouw was verminderd door de ongelijke rolverdeling tijdens het huwelijk en de zorg voor het huishouden en de kinderen. Het huwelijk had 33 jaar geduurd en de vrouw had de leeftijd van 57 jaar bereikt. Hierdoor is de verwachting dat de vrouw volledig in haar eigen levensbehoefte kan voorzien niet realistisch. Op haar leeftijd kan er van haar niet in redelijkheid verwacht worden dat zij zich bijschoolt en op korte termijn in haar eigen levensonderhoud zal voorzien.

Duur van het huwelijk

De duur van het huwelijk wordt in de bepaling van behoeftigheid meegewogen. Indien een echtgenoot door de rolverdeling binnen het huwelijk een lange tijd niet actief is geweest op de arbeidsmarkt, zal dit door de rechter meegewogen worden in de behoeftigheid.

4. Billijkheidstoets

Ondanks het feit dat de verzoeker volgens de wettelijke maatstaven recht zou hebben op partneralimentatie, kan de rechter beslissen geen partneralimentatie aan de verzoeker toe te kennen. De rechter kijkt namelijk ook naar het feit of er van de onderhoudsplichtige echtgenoot in redelijkheid gevergd kan worden dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van de alimentatiegerechtigde. De rechter kan het verzoek tot partneralimentatie toetsen aan de redelijkheid en billijkheid.

Korte huwelijks- of samenlevingsduur

De lotsverbondenheid tussen echtgenoten is sterker indien het huwelijk van lange duur is geweest. De duur van het huwelijk speelt daarom een rol bij de billijkheidstoets. Een huwelijk kan zodanig kort zijn geweest dat er van de alimentatieplichtige echtgenoot niet gevergd kan worden dat hij in de behoefte van zijn ex-echtgenoot bijdraagt.

Grievend gedrag

Indien de verzoekende (ex-) echtgenoot zich ernstig grievend heeft gedragen tegenover de verweerder kan de rechter besluiten dat er van hem in redelijkheid niet gevergd kan worden om een bijdrage in het levensonderhoud van de alimentatiegerechtigde te voorzien. Grievende gedragingen kunnen de lotsverbondenheid tussen de (ex-)echtgenoten verbreken waardoor het recht op partneralimentatie vervalt.

Wat er onder grievend gedrag wordt verstaan is niet in de wet opgenomen, maar is uit de rechtspraak te herleiden. Een enkele constatering van een grievende gedraging van een onderhoudsgerechtigde leidt niet snel tot een verbreking van de lotsverbondenheid stelde de Hoge Raad in 1975 reeds vast. Er dient sprake te zijn van zeer ernstige misdragingen van de alimentatiegerechtigde. Volgens vaste rechtspraak moet er sprake zijn van feiten en omstandigheden van zodanige ernstige aard dat van een ex-echtgenoot niet, of niet ten volle gevergd kan worden om in het levensonderhoud van de ander bij te dragen. De rechter is terughoudend bij de beoordeling van het grievend gedrag vanwege het onherroepelijke karakter van de beëindiging van de partneralimentatie.

5. Conclusie

De rechter stelt de hoogte van partneralimentatie vast aan de hand van de wettelijke maatstaven behoefte, behoeftigheid en draagkracht. Welke factoren de behoeftigheid van de verzoeker beïnvloeden is in de rechtspraak vastgelegd; gedacht kan worden aan: een ongelijke rolverdeling tijdens het huwelijk, de zorg voor kinderen en/of het huishouden, de slechte gezondheidstoestand van de verzoekende ex-echtgenoot, scholing, vakopleiding en/of werkervaring van de verzoeker, de situatie op de arbeidsmarkt, de leeftijd van de verzoeker en de duur van het huwelijk.

In sommige gevallen kan de rechter, ondanks het feit dat er aan de wettelijke maatstaven is voldaan, bepalen dat van de alimentatieplichtige niet gevergd kan worden dat hij of zij partneralimentatie betaalt aan de ex-echtgenoot. De rechter kan dit bijvoorbeeld bepalen bij zaken waarbij sprake is van een (zeer) korte huwelijks- of samenlevingsduur of grievend gedrag.

Laat u goed adviseren door uw advocaat welke factoren de vaststelling van partneralimentatie in uw zaak kunnen beïnvloeden ongeacht of u verzoeker bent van partneralimentatie of dat u zich daartegen dient te verweren.

 

Meer informatie of hulp nodig?

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:

Wat zijn de kosten?

Het vaste tarief voor advies en procesbijstand bij geschillen over partneralimentatie kunt u zelf berekenen door vier eenvoudige vragen te beantwoorden. Klik hier om uw vaste tarief zelf direct te berekenen.