Thuisonderwijs

Thuisonderwijs

In Nederland geldt als uitgangspunt dat kinderen die leerplichtig zijn bij een school moeten staan ingeschreven en deze school geregeld moeten bezoeken. De Leerplichtwet 1969 (Lpw) kent echter verschillende uitzonderingen op deze inschrijvingsplicht. Wanneer een ouder of verzorger rechtsgeldig een beroep kan doen op een vrijstelling van de inschrijvingsplicht, kan daardoor ruimte ontstaan om het onderwijs van het kind buiten een reguliere school vorm te geven, bijvoorbeeld door thuisonderwijs.

Ons kantoor adviseert en verleent rechtsbijstand aan ouders bij vraagstukken over thuisonderwijs en de Leerplichtwet. Daarbij behandelen wij in het bijzonder zaken over de vrijstellingsgronden van artikel 5 onder a, b en c van de Leerplichtwet 1969.

Lees ook: Wanneer is thuisonderwijs toegestaan?

Vrijstelling van de inschrijvingsplicht

Artikel 5 van de Leerplichtwet 1969 kent verschillende gronden waarop ouders of verzorgers kunnen zijn vrijgesteld van de verplichting hun kind bij een school of instelling in te schrijven. Ons kantoor behandelt zaken over de volgende drie vrijstellingsgronden:

1. Lichamelijke of psychische gronden (art. 5 onder a Lpw)

Artikel 5 onder a Lpw heeft betrekking op de situatie waarin een jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school of instelling te worden toegelaten.

Voor een beroep op deze vrijstelling gelden specifieke wettelijke voorwaarden. Daarbij speelt een verklaring van een onafhankelijke arts of, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, een academisch gevormde psycholoog of pedagoog een belangrijke rol. De beoordeling kan ingrijpende gevolgen hebben voor het kind en de ouders.

Ons kantoor kan ouders adviseren over de voorwaarden voor deze vrijstelling, de procedure en geschillen die ontstaan wanneer discussie bestaat over de toepasselijkheid of voortduring van de vrijstelling.

Lees ook: Vrijstelling leerplicht bij lichamelijke of psychische ongeschiktheid

2. Bedenkingen tegen onderwijsrichting (art. 5 onder b Lpw)

Artikel 5 onder b Lpw ziet op ouders die overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van hun woning gelegen scholen of instellingen waarop hun kind geplaatst zou kunnen worden.

Het gaat hierbij niet om bezwaren tegen een bepaalde school, de kwaliteit van het onderwijs, de wijze waarop het onderwijs wordt georganiseerd of uitsluitend de voorkeur om zelf thuisonderwijs te geven. De bedenkingen moeten betrekking hebben op de richting van het onderwijs.

Aan een beroep op deze vrijstelling worden bovendien formele eisen gesteld. Zo gelden regels voor de kennisgeving en het moment waarop deze moet worden gedaan. Ook kan de eerdere inschrijving van een kind op een school gevolgen hebben voor de mogelijkheid om later tegen die richting bedenkingen aan te voeren.

De rechtspraak over artikel 5 onder b Lpw is sterk in ontwikkeling en de omstandigheden van het individuele geval kunnen bepalend zijn. Het is daarom verstandig om tijdig juridisch advies in te winnen, bij voorkeur voordat een kennisgeving wordt gedaan of een kind van een school wordt uitgeschreven.

Lees ook: Geen vrijstelling voor thuisonderwijs meer? Dit kunnen ouders doen

3. Onderwijs in het buitenland (art. 5 onder c Lpw)

Artikel 5 onder c Lpw heeft betrekking op een jongere die als leerling van een inrichting van onderwijs buiten Nederland staat ingeschreven en deze inrichting geregeld bezoekt.

Deze vrijstellingsgrond kan onder meer relevant zijn voor gezinnen die gedurende langere tijd in het buitenland verblijven of waarvan het kind daadwerkelijk buiten Nederland onderwijs volgt.

Ook hier gelden wettelijke voorwaarden en bewijsvereisten. Er kan bijvoorbeeld discussie ontstaan over de vraag of daadwerkelijk sprake is van een inrichting van onderwijs, of het kind daar als leerling staat ingeschreven en of het kind die onderwijsinstelling geregeld bezoekt.

Ons kantoor adviseert ouders over de toepassing van deze vrijstellingsgrond en over de wijze waarop kan worden aangetoond dat aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.

Lees ook: Vrijstelling leerplicht voor onderwijs in het buitenland

Geschillen met de leerplichtambtenaar

Een bijzondere situatie in het Nederlandse recht doet zich voor wanneer ouders en de leerplichtambtenaar van mening verschillen over de vraag of een vrijstelling van de inschrijvingsplicht bestaat.

Een vrijstelling op grond van artikel 5 Lpw wordt niet steeds door de leerplichtambtenaar of het college “verleend”. Voor verschillende vrijstellingsgronden volgt de vrijstelling uit de wet wanneer aan de daarvoor gestelde voorwaarden is voldaan. De kennisgeving van een beroep op een vrijstelling en de reactie daarop worden in de rechtspraak daarom onderscheiden van een aanvraag waarop een bestuursorgaan een vergunning of ontheffing verleent.

Dit onderscheid heeft belangrijke gevolgen voor de rechtsbescherming van ouders. Een geschil over het bestaan van een vrijstelling kan namelijk raken aan verschillende rechtsgebieden. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen het bestuursrecht, het strafrecht en het civiele recht een rol spelen. Deze procedures hebben ieder een ander doel en kunnen in bepaalde gevallen naast elkaar lopen.

1. Bestuursrechtelijke procedure over de vrijstelling

Volgens de bestaande rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een mededeling van het college of de leerplichtambtenaar dat naar diens oordeel geen rechtsgeldige vrijstelling bestaat in beginsel geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Daardoor staat volgens deze rechtspraak niet zonder meer de gebruikelijke bestuursrechtelijke weg van bezwaar en beroep open.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in haar oudere rechtspraak geoordeeld dat een vrijstelling rechtstreeks uit de Leerplichtwet voortvloeit wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het college neemt volgens deze rechtspraak dus niet een besluit waarbij de vrijstelling wordt verleend of geweigerd. Het geeft in beginsel slechts zijn oordeel over de vraag of volgens hem aan de wettelijke voorwaarden voor het ontstaan van de vrijstelling is voldaan.

Deze rechtspraak staat inmiddels opnieuw ter discussie. In verschillende procedures bij bestuursrechters wordt bepleit dat latere rechtspraak over het zogenoemde bestuurlijk rechtsoordeel en het recht op effectieve rechtsbescherming aanleiding geeft om opnieuw te beoordelen of ouders daadwerkelijk eerst een strafrechtelijk handhavingstraject moeten afwachten voordat zij een rechterlijk oordeel over hun rechtspositie kunnen verkrijgen.

Daarbij speelt onder meer de vraag of van ouders redelijkerwijs kan worden verlangd dat zij hun kind niet bij een school inschrijven, terwijl de gemeente stelt dat daartoe wel een wettelijke verplichting bestaat, om vervolgens een proces-verbaal en eventuele strafvervolging af te wachten voordat een rechter de onderliggende rechtsvraag inhoudelijk kan beoordelen.

Wanneer de gemeente een bezwaar tegen haar oordeel niet-ontvankelijk verklaart omdat volgens haar geen sprake is van een besluit, kan tegen die niet-ontvankelijkverklaring beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld. In zo’n procedure kan vervolgens de vraag worden voorgelegd of de mededeling van het college inderdaad buiten het besluitbegrip valt of dat de ontwikkelingen in de rechtspraak over effectieve rechtsbescherming aanleiding geven voor een andere benadering.

De bestuursrechtelijke route kan daarom van belang zijn voor ouders die niet alleen inhoudelijk van mening verschillen met de gemeente over hun vrijstelling, maar ook het standpunt willen bestrijden dat tegen het oordeel van de gemeente geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat.

Lees ook: Geen vrijstelling voor thuisonderwijs meer? Dit kunnen ouders doen

2. Strafrechtelijke procedure over de vrijstelling

Wanneer de leerplichtambtenaar van oordeel is dat geen vrijstelling bestaat en het kind desondanks niet bij een school wordt ingeschreven, kan onderzoek worden gedaan naar vermoedelijk absoluut schoolverzuim. Uiteindelijk kan proces-verbaal worden opgemaakt wegens een mogelijke overtreding van de Leerplichtwet.

Het Openbaar Ministerie beslist vervolgens of strafvervolging wordt ingesteld. Wanneer tot vervolging wordt overgegaan, kunnen ouders zich tegenover de strafrechter verdedigen tegen de beschuldiging dat zij de Leerplichtwet hebben overtreden. In de strafprocedure kan vervolgens onder meer aan de orde komen of aan de formele vereisten voor het beroep op vrijstelling is voldaan en of de aangevoerde omstandigheden onder de betreffende wettelijke vrijstellingsgrond vallen.

De strafrechter kan daarmee inhoudelijk beoordelen of daadwerkelijk een vrijstelling bestond. Met name over artikel 5 onder b Lpw bestaat uitgebreide strafrechtelijke jurisprudentie. De strafrechter kan daarbij beoordelen of de door de ouders aangevoerde bedenkingen voldoen aan de wettelijke en uit de rechtspraak voortvloeiende voorwaarden voor de vrijstelling. Dit betekent dat een verschil van inzicht over de toepassing van de Leerplichtwet uiteindelijk kan uitmonden in een strafzaak, terwijl het onderliggende geschil juist de vraag betreft of de ouders op grond van de wet waren vrijgesteld van de inschrijvingsplicht. Juist dit gegeven speelt een belangrijke rol in de huidige discussie over de vraag of ouders daarnaast eerder toegang tot de bestuursrechter of de civiele rechter moeten kunnen verkrijgen.

De strafrechter beoordeelt daarbij niet uitsluitend of een vrijstelling op grond van de Leerplichtwet bestond. Ook andere strafrechtelijke verweren kunnen aan de orde komen. Zo kan, afhankelijk van de concrete omstandigheden, een beroep worden gedaan op een strafuitsluitingsgrond, zoals overmacht in noodtoestand of afwezigheid van alle schuld. Ook wanneer het feit bewezen en strafbaar wordt geacht, kan de verdediging de strafrechter verzoeken artikel 9a Sr toe te passen en wegens de omstandigheden van het geval geen straf of maatregel op te leggen.

Wanneer naast de strafzaak een civiele of bestuursrechtelijke procedure loopt, kan bovendien de vraag ontstaan of de strafzaak moet worden voortgezet of dat eerst de uitkomst van die andere procedure moet worden afgewacht. Voor een civielrechtelijk geschil kent artikel 14 lid 1 Sv een specifieke regeling voor de situatie waarin de beoordeling van het ten laste gelegde feit afhangt van de beoordeling van een geschilpunt van burgerlijk recht.

Voor een parallelle bestuursrechtelijke procedure geldt artikel 14 lid 1 Sv niet rechtstreeks. De verdediging kan de strafrechter wel verzoeken de behandeling van de strafzaak aan te houden wanneer een lopende bestuursrechtelijke procedure voor de beoordeling van de strafzaak relevant kan zijn.

De mogelijkheid van parallelle procedures maakt dat de processtrategie bij een strafrechtelijk onderzoek naar overtreding van de Leerplichtwet zorgvuldig moet worden bepaald. Het kan van belang zijn om al vóór een eventuele vervolging te beoordelen welke andere rechtsgangen beschikbaar zijn en welke gevolgen deze kunnen hebben voor een toekomstige strafzaak.

Lees ook: Geen vrijstelling voor thuisonderwijs meer? Dit kunnen ouders doen

3. Civielrechtelijke procedure over de vrijstelling

Naast de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke route kan onder omstandigheden ook de burgerlijke rechter een rol spelen. Dit is in het bijzonder van belang wanneer tegen het oordeel van de gemeente geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat, terwijl de gemeente op basis van dat oordeel wel feitelijke maatregelen neemt of van ouders verlangt dat zij hun kind bij een school inschrijven.

De civiele rechter kan in dergelijke omstandigheden als aanvullende rechtsbescherming fungeren. Ouders kunnen zich tot de burgerlijke rechter wenden wanneer zij stellen dat de gemeente onrechtmatig tegenover hen handelt en zij daartegen rechterlijke bescherming verlangen.

De civiele rechter kan daardoor met name van betekenis zijn wanneer ouders niet uitsluitend willen afwachten of het Openbaar Ministerie tot strafvervolging overgaat, maar vooraf rechterlijke bescherming willen verkrijgen tegen handelen van de gemeente.

Daarbij kunnen twee civiele procedures worden onderscheiden. Wanneer sprake is van spoedeisend belang, kan een kort geding worden gestart. Daarin kan bijvoorbeeld een voorlopig verbod worden gevorderd voor de gemeente om van de ouders te verlangen dat het kind bij een school wordt ingeschreven, zolang het geschil over de vrijstelling niet is opgelost. Ook kan, afhankelijk van de omstandigheden, een ander voorlopig gebod of verbod worden gevraagd dat is gericht op het handelen van de gemeente.

Daarnaast kan een bodemprocedure worden gestart. In een dergelijke procedure kan bijvoorbeeld een verklaring voor recht worden gevorderd over de rechtsverhouding tussen de ouders en de gemeente of kan worden gesteld dat de gemeente onrechtmatig handelt door de door de ouders ingeroepen vrijstelling niet te respecteren. De precieze formulering van de vordering hangt af van de vrijstellingsgrond, het handelen van de gemeente en het belang dat de ouders met de procedure willen beschermen.

Welke civiele vordering juridisch mogelijk en zinvol is, hangt sterk af van de concrete omstandigheden. Daarbij moet onder meer worden beoordeeld welke handelingen de gemeente of leerplichtambtenaar verricht, welke vrijstellingsgrond wordt ingeroepen, welke andere rechtsgangen beschikbaar zijn en welk concreet belang de ouders bij de gevraagde voorziening hebben.

Ook moet rekening worden gehouden met de verhouding tussen de civiele rechter en de bestuursrechter. Wanneer voor hetzelfde geschil een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat, kan dat gevolgen hebben voor de mogelijkheid om dezelfde kwestie aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Juist bij geschillen over artikel 5 Lpw is daarom van belang zorgvuldig vast te stellen of tegen het betreffende handelen van de gemeente daadwerkelijk bestuursrechtelijke rechtsbescherming beschikbaar is.

Een civiele procedure kan bovendien naast een strafrechtelijk traject betekenis hebben. Zoals hiervoor is toegelicht, kan de uitkomst van een civiele procedure onder omstandigheden relevant zijn voor de strafzaak. Uit de rechtspraak over de Leerplichtwet blijkt ook daadwerkelijk van een situatie waarin een strafprocedure werd geschorst in afwachting van de uitkomst van een civiele procedure.

Lees ook: Vrijstelling Leerplichtwet afgewezen: naar de civiele rechter?

Juridisch advies over thuisonderwijs en de Leerplichtwet

Ons kantoor behandelt onder meer zaken over:

  • vrijstelling wegens lichamelijke of psychische gronden (art. 5 onder a Lpw);
  • vrijstelling wegens overwegende bedenkingen tegen de onderwijsrichting (art. 5 onder b Lpw);
  • vrijstelling wegens het volgen van onderwijs in het buitenland (art. 5 onder c Lpw);
  • de formele eisen en termijnen voor een beroep op vrijstelling;
  • geschillen en correspondentie met leerplichtambtenaren en gemeenten;
  • bezwaar- en beroepsprocedures over de rechtsbescherming bij een beroep op vrijstelling;
  • kort gedingen en civiele procedures over het handelen van de gemeente;
  • onderzoek naar vermeend absoluut schoolverzuim;
  • processen-verbaal wegens overtreding van de Leerplichtwet;
  • strafrechtelijke vervolging wegens het niet naleven van de inschrijvingsplicht;
  • samenloop tussen bestuursrechtelijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures;
  • advies aan ouders die thuisonderwijs geven of overwegen thuisonderwijs te gaan geven.

Omdat fouten bij een beroep op vrijstelling verstrekkende gevolgen kunnen hebben, adviseren wij ouders om juridisch advies in te winnen voordat zij een kind uitschrijven of besluiten een kind niet bij een school in te schrijven. Ook wanneer reeds een geschil met de leerplichtambtenaar of gemeente bestaat, kan het belangrijk zijn tijdig te beoordelen welke rechtsgang het meest geschikt is en of meerdere procedures naast elkaar mogelijk of noodzakelijk zijn.

 

Meer informatie of hulp nodig?

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:

Wat zijn de kosten?

Klik hier voor meer informatie over de wijze waarop uw advocaatkosten kunnen worden vergoed en welke betalingsmethoden ons kantoor hanteert.

 

Direct uw zaak aanmelden

Wilt u uw zaak over thuisonderwijs of een vrijstelling van de Leerplichtwet aanmelden? Klik hier om uw zaak direct aan te melden.

 

Relevante artikelen

Hieronder vindt u onze artikelen over thuisonderwijs, de Leerplichtwet en vrijstellingen van de inschrijvingsplicht.