Nieuw toetsingskader bij witwassen bitcoins

Cryptovaluta zoals bitcoins worden regelmatig gebruikt bij witwasprakijken. Contant geld dat is verdiend bij een misdrijf wordt in een dergelijk geval geïnvesteerd in bitcoins. Aan de hand van een recente uitspraak van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld over het witwassen van bitcoins bespreken we hoe inmiddels wordt getoetst of een verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwaspraktijken met bijvoorbeeld bitcoins.

1. Achtergrond

Het gebruik van bitcoins bij witwaspraktijken is voor criminelen een veilige manier omdat het voor opsporingsdiensten lastig is om deze praktijken te traceren. Om deze reden zijn er twee grootschalige opsporingsonderzoeken gestart door het OM: IJsberg en Roepie.

Lees ook: Cryptovaluta in het strafrecht

Begin februari 2022 heeft het gerechtshof in Den Haag uitspraak gedaan in tien strafzaken die door het onderzoek IJsberg aan het licht waren gebracht. Het gaat in deze zaken om een overtreding van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Dit artikel luidt als volgt:

1. Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. Hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf.

b. Hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruikt maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middelijk – afkomstig is uit enig misdrijf.

2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Lees ook: Witwassen: wanneer bent u strafbaar?

2. Verdachten

In de strafzaken gaat het om tien verdachten van witwaspraktijken met bitcoins. Twee van de tien verdachten zijn vrijgesproken, omdat het hof van mening was dat er sprake was van een kwalificatie-uitsluitingsgrond. Dit houdt in dat er in sommige gevallen geen sprake is van witwassen wanneer iemand een voorwerp voor handen heeft of verwerft dat onmiddellijk uit zijn eigen misdrijf afkomstig is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er sprake is van cybercrime waaronder cryptofraude.

Lees ook: Cybercrime: van hacken tot cryptofraude

Andere verdachten waren actief als bitcoinwisselaars of hadden dusdanig veel bitcoins dat dit als witwassen is aangemerkt. Sommige verdachten werden ook verdacht van andere misdrijven zoals overtredingen van de Opiumwet, mishandeling of bedreiging.

3. Toetsingskader

Het gerechtshof heeft in deze arresten van 1 februari 2022 een nieuw kader ontwikkeld om te toetsen of een verdachte aanleiding had moeten hebben voor twijfel dat de bitcoins die hij tegen contante betaling kocht of verkocht een criminele herkomst hadden.

Eerder werd er gekeken of bitcoins gelinkt konden worden aan darkwebmarkets. Dat zijn marktplaatsen op het deel van het internet dat niet bereikbaar is via gewone browsers en zoekmachines, darkweb geheten, waar veel illegale handel plaatsvindt. De toetsing waarin werd gekeken naar de handel op darkwebmarkets is echter niet houdbaar, omdat niet kan worden vastgesteld of verdachten op de hoogte waren van de herkomst van de bitcoins.

Bij de toetsing wordt gebruik gemaakt van zogeheten witwastypologieën. Bij de door het hof gehanteerde typologie is aansluiting gezocht bij de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Deze wet stelt onder andere dat een transactie van een verkoper in professionele context die in contanten plaatsvindt, als ongebruikelijk wordt aangemerkt als het bedrag boven de € 25.000,- bedraagt. In de bovengenoemde zaken is dit toetsingskader door het gerechtshof toegepast.

4. Straffen

In alle gevallen kwam dit bedrag boven de € 25.000 uit en werd van de verdachten een verifieerbare verklaring verlangd. Slechts één van de verdachten kwam met een verifieerbare verklaring. Andere verdachten konden geen verklaring geven en hebben een gevangenisstraf opgelegd gekregen variërend van drie tot 51 maanden.

Lees ook: Vervolgd door justitie? Welke straf kunt u verwachten?

Daarbij is overigens het uitgezeten voorarrest van de straf afgetrokken. Ook vond een strafvermindering plaats wegens een overschrijding van de redelijke termijn. Verdachten moeten namelijk binnen een redelijke termijn worden berecht om hen niet te lang in onzekerheid te laten leven.

 

Meer informatie of hulp nodig?

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:

Wat zijn de kosten?

Klik hier voor meer informatie over de wijze waarop uw advocaatkosten kunnen worden vergoed en welke betalingsmethoden ons kantoor hanteert.