In twee recente proeftijdzaken stond één vraag centraal: werd het dienstverband beëindigd vanwege het functioneren, of speelde het geloof van de werknemer (mede) een rol?
De eerste zaak ging over een werknemer die al na korte tijd werd ontslagen na discussie over bidden op het werk en de wijze waarop dat volgens de werkgever “zichtbaar” mocht zijn. De zaak kreeg landelijke aandacht en leidde tot Kamervragen, naar aanleiding van een artikel met de kop: “Drie dagen in dienst, 19.000 euro mee na ontslag wegens geloof”.
De tweede zaak draaide om een werknemer die uit religieuze overtuiging weigerde vrouwen de hand te schudden. Ook hier volgde een proeftijdontslag, maar de rechter kende uiteindelijk een billijke vergoeding van circa € 34.000 toe.
De rode draad is duidelijk: de proeftijd biedt werkgevers ruimte, maar geen vrijbrief. Zodra (de schijn van) discriminatie op grond van geloof meespeelt, kan een proeftijdontslag juridisch misgaan met aanzienlijke financiële gevolgen. In dit blog leest u waarom de rechter in deze zaken zo oordeelde en wat u als werknemer kunt doen als u vermoedt dat uw geloof een rol speelt bij uw ontslag.