Twee recente oordelen van het College voor de Rechten van de Mens laten zien hoe lastig het kan zijn om discriminatie bij een sollicitatie aan te tonen. In beide zaken solliciteerde een kandidaat eerst onder zijn eigen, niet-traditioneel Nederlands klinkende naam en vervolgens onder een Nederlands klinkende naam. De sollicitaties waren vrijwel hetzelfde, maar de uitkomst was anders.
Toch kwam het College in augustus 2026 bij het CBR tot het oordeel dat sprake was van discriminatie, terwijl het een maand eerder bij Picnic oordeelde dat daarvan geen sprake was. In dit blog bespreken wij hoe dat verschil kan worden verklaard en wat een sollicitant kan doen als hij vermoedt vanwege zijn naam of afkomst te zijn afgewezen.