Strafuitsluitingsgronden

Wanneer iemand een overtreding of een misdrijf begaat en hiervoor veroordeeld wordt, kan de rechter verschillende soorten straffen opleggen. In bepaalde gevallen kan men zich echter beroepen op een strafuitsluitingsgrond. Wanneer een strafbaar feit door een rechter bewezen verklaard wordt, maar de dader zich succesvol op een strafuitsluitingsgrond kan beroepen, heeft dit tot gevolg dat de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en derhalve geen straf opgelegd krijgt. Er kan dan soms wel een maatregel opgelegd worden zoals TBS.

Rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden

Het Wetboek van Strafrecht (Sr) onderscheidt twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden.

Voor het opleggen van een straf dient (onder meer) het feit strafbaar te zijn. Rechtvaardigingsgronden zijn gronden die de strafbaarheid van het feit wegnemen.

Verder dient het strafbare feit te wijten zijn aan de schuld van de dader. Een schulduitsluitingsgrond zorgt ervoor dat de dader van het strafbare feit niet kan worden verweten dat hij dit feit heeft begaan.

1. Rechtvaardigingsgronden

Rechtvaardigingsgronden zijn gronden die de strafbaarheid van het feit wegnemen. Er zijn vier wettelijke rechtvaardigingsgronden, welke derhalve wettelijk bepaald zijn en er is één buitenwettelijke rechtvaardigingsgrond, welke op basis van rechtelijke uitspraken tot stand is gekomen.

Wettelijke rechtvaardigingsgronden

  1. Overmacht in noodtoestand (artikel 40 Sr)

    Bij overmacht in noodtoestand is er sprake van een conflict van plichten, namelijk die om de noodtoestand op te heffen en die om de wet na te leven. Wanneer de dader van een strafbaar feit in een noodtoestand heeft gekozen voor het nakomen van de zwaarstwegende plicht of het zwaarstwegende belang (en daarbij dus een minder zwaarwegende plicht overtreedt) kan hij een beroep op overmacht in noodtoestand doen.

    Voorbeelden van situaties waarin men zich kan beroepen op overmacht in noodtoestand is die waarin men een brandend huis ziet en de deur intrapt om te kijken of er mensen binnen zijn of wanneer iemand het snelheidslimiet overschrijdt omdat hij iemand met spoed naar het ziekenhuis moet brengen.

  2. Noodweer (artikel 41 Sr)

    Bij noodweer is een in beginsel strafbare gedraging niet strafbaar wanneer deze handeling werd verricht in verband met de noodzakelijke verdediging van iemands lichaam, eerbaarheid of goed. De dreiging voor iemands lichaam, eerbaarheid of goed moet ogenblikkelijk en wederrechtelijk zijn om een succesvol beroep op noodweer te kunnen doen.

    Een voorbeeld van een situatie waarin een beroep kan worden gedaan op noodweer is die waarin u door iemand met een mes wordt bedreigd en bijvoorbeeld niet kunt vluchten. In dat geval mag u zich verdedigen. Wanneer u de ander hierbij letsel toebrengt, wat in beginsel een strafbare gedraging is, kunt u zich beroepen op noodweer, mits uw verdediging proportioneel is.

  3. Uitvoering van een wettelijk voorschrift (artikel 42 Sr)

    Een in beginsel strafbare gedraging is niet strafbaar wanneer deze wordt verricht naar aanleiding van een wettelijk voorschrift.

    Voor een strafbare gedraging bij de uitvoering van een wettelijk voorschrift kan gedacht worden aan een deurwaarder die een woning ontruimt en daarbij alle ontruimde spullen op straat neerzet op een plek waar het plaatsen van goederen aan de openbare weg strafbaar is gesteld.

  4. Uitvoering van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel (artikel 43 lid 1 Sr)

    Een in beginsel strafbare gedraging kan ook worden gerechtvaardigd indien deze wordt verricht naar aanleiding van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel. Het bevel moet daarvoor een verplichting inhouden en derhalve geen keuzemogelijkheid geven.

    Een situatie waarin een strafbare gedraging wordt verricht door de uitvoering van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel is die waarin na een verkeersongeval aanwijzingen worden gegeven door een politieagent en de automobilisten wordt bevolen om door een rood verkeerslicht te rijden.

Buitenwettelijke rechtvaardigingsgronden

  1. Ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid

    Een in beginsel strafbare gedraging is niet strafbaar wanneer de dader door deze strafbare gedraging de doelstelling van de wet beter naleeft, ondanks dat deze in strijd is met de wet.

    Een klassiek voorbeeld van deze rechtvaardigingsgrond is de situatie waarin een veearts gezonde koeien in contact brengt met koeien die besmet zijn met het mond- en klauwzeervirus. Dit was strafbaar gesteld, maar de veearts verrichte deze gedraging om de gezonde koeien antistoffen te laten aanmaken en op die manier een zwaardere besmetting met het virus te voorkomen.

2. Schulduitsluitingsgronden

Schulduitsluitingsgronden zijn gronden die het feit strafbaar laten, maar op basis waarvan het gedrag van de dader hem niet kan worden toegerekend. Er zijn vier wettelijke schulduitsluitingsgronden, welke derhalve wettelijk bepaald zijn en er zijn twee buitenwettelijke schulduitsluitingsgronden, welke op basis van rechtelijke uitspraken tot stand zijn gekomen.

Wettelijke schulduitsluitingsgronden

  1. Psychische overmacht (artikel 39 Sr)

    Bij psychische overmacht is sprake van een drang waaraan geen weerstand hoeft te worden geboden. Deze drang is bij psychische overmacht gelegen in de psyche van de dader en niet in externe omstandigheden, zoals bij overmacht in noodtoestand het geval is.

    Een voorbeeld waarin sprake kan zijn van psychische overmacht is die waarin iemand wordt gechanteerd om mee te werken aan het verrichten een strafbare gedraging.

  2. Ontoerekeningsvatbaarheid (artikel 39 Sr)

    Iemand is ontoerekeningsvatbaar wanneer een strafbaar feit hem niet kan worden toegerekend doordat de dader een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke geestelijke stoornis heeft. Of een strafbare gedraging al dan niet aan een dader kan worden toegerekend, is afhankelijk van de betreffende stoornis en de betreffende strafbare gedraging. De rechter laat zich bij de vaststelling van ontoerekeningsvatbaarheid adviseren door gedragsdeskundigen en oordeelt of de stoornis ten tijde van het begaan van de strafbare gedraging aanwezig was en of het aannemelijk is dat er een causaal verband was tussen de stoornis en de gedraging.

    Een voorbeeld van een situatie waarin men een beroep kan doen op ontoerekeningsvatbaarheid is die waarin de dader van een strafbare gedraging schizofreen is.

  3. Noodweerexces (41 lid 2 Sr)

    Bij noodweerexces is wederom sprake van een verdediging van iemands lichaam, eerbaarheid of goed, echter overschrijdt die verdediging de grenzend van de noodzakelijke verdediging. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer iemand harder terugslaat dan nodig is, iemand onnodig een wapen gebruikt of waarin langer wordt doorgeslagen dan nodig, bijvoorbeeld wanneer de ander al op de grond ligt.

    Voor een succesvol beroep op noodweerexces moet bij de aangevallene (dader die zich beroept op noodweerexces) sprake zijn geweest van een hevige gemoedstoestand, welke teweeg is gebracht door de aanval, waaruit de excessieve reactie te verklaren is.

  4. Uitvoering van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel (artikel 43 lid 2 Sr)

    Wanneer een in beginsel strafbare gedraging wordt verricht naar aanleiding van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel kan de dader een beroep doen op deze schulduitsluitingsgrond.

    Een voorbeeld van een strafbare gedraging naar aanleiding van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel is de situatie waarin het carnaval is en een van de feestgangers verkleed is als politieagent, maar het uniform niet van echt te onderscheiden is. Wanneer de als politieagent verkleedde man verkeersaanwijzingen geeft die tot een strafbare gedraging leiden, kan deze strafbare gedraging niet aan de dader daarvan worden toegerekend.

Buitenwettelijke schulduitsluitingsgronden

  1. Afwezigheid van alle schuld

    Wanneer geen van voornoemde schulduitsluitingsgronden van toepassing is, maar de dader van een strafbare gedraging in feite geen enkele schuld aan deze gedraging heeft gehad, kan hij een beroep doen op de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld.

    Een voorbeeld waarin sprake is van afwezigheid van alle schuld is de situatie waarin een boer de koemelk verdunt met water en de knecht deze verdunde melk bij klanten aflevert. Het afleveren van verdunde melk is in beginsel strafbaar, maar daar de knecht hier geen weet van had en het niet aan de melk te zien is, heeft de knecht geen schuld en kan hij zich derhalve succesvol beroepen op afwezigheid van alle schuld.

  2. Putatief noodweer

    Er is sprake van putatief noodweer wanneer iemand meent in een overmachtsituatie te verkeren en derhalve een strafbare gedraging verricht. Dit kan het geval zijn bij inbeelding van gevaar of bij een onjuiste beoordeling van (de aard van) het gevaar. Bij een beroep op putatief noodweer dient te worden beoordeeld of de dader in redelijkheid kon en mocht menen dat hij zich in een dergelijke noodtoestand verkeerde en zich derhalve mocht verdedigen.

    Een situatie waarin een beroep kan worden gedaan op putatief noodweer is die waarbij de dader denkt dat zijn kinderen worden belaagd, maar waarbij zij feitelijk worden aangehouden door de politie.

Geen strafuitsluitingsgrond?

Indien geen beroep gedaan kan worden op een strafuitsluitingsgrond en het feit is bewezen door de strafrechter kan een straf worden opgelegd.

Welke soorten straffen de strafrechter kan opleggen leest u hier.

U leest hier wat de hoogte kan zijn van de straf voor de meest voorkomende strafbare feiten.

 

Meer informatie of hulp nodig?

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:

Wat zijn de kosten?

Het vaste tarief voor juridische bijstand indien u verdacht wordt van een strafbaar feit kunt u zelf berekenen door vier eenvoudige vragen te beantwoorden. Klik hier om uw vaste tarief zelf direct te berekenen.

Dit bericht is geplaatst in Strafrecht.
  • Deel dit bericht via: